Baas boven baas

out of the boxMet mijn moeder kan ik een goed gesprek voeren. Een paar weken geleden nog op mijn verjaardag n.a.v. de pietendiscussie. Ze sloot af: “Een witte man kan net zo goed de knecht van Sinterklaas zijn”. Voor mijzelf is de baas/knecht issue een vergelijkbare discussie als zwart/wit discussie. In mijn huidige werkomgeving merk ik dat er steeds minder sprake is van een hiërarchische structuur. Bij de overheidsorganisatie waar ik mijn inkomen krijg, werken we in steeds wisselende teams die samen een onderwerp bij de horens pakken om dat tot een succesvol resultaat te brengen.

Vorige week, op de verjaardag van mijn dochter, geeft mijn moeder aan dat ze zich afvraagt of mijn kijk op de wereld de juiste is en of het niet een vernislaagje over de werkelijkheid is. Op de tv heeft ze een campagne gezien die de Bazen van Nederland oproept collega’s met karakter in dienst te nemen. Werknemers met karakter zijn mensen met een psychische stoornis, op de website ook wel omschreven als mensen met bagage: “De grootste eyeopener voor mij is dat iemand met bagage iets kan toevoegen aan onze organisatie”.

Bij een dergelijke campagne gaan bij mij aan alle kanten de alarmbellen rinkelen. Zeker als de baas in kwestie aangeeft: “op zo’n moment sta je effe stil bij dingen die je normaal gesproken niet zou doen.”

Natuurlijk ik sta achter het doel van de campagne om mensen met een psychische stoornis weer te laten deelnemen aan een belangrijk deel van onze samenleving: het arbeidsproces.  Het hebben van werk is nog steeds één van de makkelijkste manieren om een zinvolle invulling aan je leven te geven. Of de campagne de juiste mensen (“bazen van nederland”) op de juiste toon aanspreekt is een heel andere vraag. De campagne geeft aan dat net als in het onderwijs ook bij organisaties en bedrijven het gemiddelde de norm is, en de uitzondering lastig. Voor de persoonlijke situatie waarin iemand verkeerd is te weinig oog. Mensen die ziek zijn zetten we op de bank om daar te herstellen tot ze weer kunnen deelnemen. Echte aandacht voor menselijke maat en waarde en werkelijke interesse schieten tekort.

Op scholen is het concept “passend onderwijs” geïntroduceerd. Passend onderwijs wil zorgen dat onderwijs leerlingen uitdaagt, uitgaat van hun mogelijkheden en rekening houdt met hun beperking. Kritiek van onder andere de Raad van State richtte zich erop dat dit soort idealen vaak vanuit een bezuinigingsdrift worden geïntroduceerd en niet gepaard gaan met bijbehorende financiën. Zo wordt geconstateerd dat een groot deel van het extra budget opgaat aan “voorzieningen voor hoogbegaafden”. En zo zie je dat zelfs samen naar school uitgaat van de norm van het gemiddelde, op het vlak van de intelligentie. Niet echt intelligent, zou mijn commentaar zijn.

Tussen de middag was ik op basisschool de Vallei in Elst. Sinds 1 augustus is De vallei een erkende en bekostigde school voor democratische onderwijs. Nu zijn ze nog gevestigd in het gebouw nabij station Elst waar ook BSO “Het Strand” gevonden kan worden. Na de zomer zullen ze verhuizen richting Driel zo is nu de bedoeling om daar de komende vier jaar aan te tonen dat ze van toegevoegde waarde zijn in het onderwijslandschap in Overbetuwe. Met 99 leerlingen het leerlingvolgsysteem zijn ze aardig op weg.

De directeur Maaike van Maurik weet treffend te verwoorden wat belangrijk is:

De school gaat uit van de vaardigheden en interesses van de kinderen. Vandaag, in de week voor de vakantie, zij ze bezig met het maken van een planning voor de nieuwe periode. Kinderen wordt gevraagd wat ze gaan doen en willen cubiclesbereiken. Op de schoolvergaderingen worden door leerlingen en leerkrachten voorstellen ingediend over bijvoorbeeld de opzet en de uitgaven t.b.v. het Kerstfeest. Dit jaar zal er naar alle waarschijnlijkheid een rookmachine aanwezig zijn is mij ingefluisterd. In wisselende teams werken ze samen om een onderwerp tot een goed resultaat te brengen.

Het lijkt mijn werk wel. Weg kaders, weg normdenken. Kijken naar mogelijkheden, wat kan je zelf, waar heb je hulp bij nodig. Doorontwikkelen waar je goed in bent, bijschaven wat je minder goed kan, als dat écht nodig is. Soms ziet een werkomgeving er nog uit als een klassiek klaslokaal (zie hiernaast). De meeste werkgevers zien in dat dat niet (meer) werkt. Nu de minister, baas van het onderwijs, nog. Of zijn wij dat toch met zijn allen? Met mijn moeder moet ik er nog eens goed over doorpraten.

%d bloggers liken dit: